Jezus wat gay

Ik werd vaak voor ‘gay’ uitgemaakt. En soms gebeurt dat nog steeds. Ik praat als een homo, ik loop als een homo en als ik vrolijk ben en met mijn handjes wapper, ben ik helemaal ‘een homo’. Zeker op de middelbare school kreeg ik dit vaak te horen. Dan was ik een ‘homo’ of deed dingen die ‘gay’ waren. Leuk om te horen vond ik het nooit.

Tijdens mijn studie las ik een sociologische uitleg van hoe veel jongens het woord ‘gay’  gebruiken en wat dit doet. Ik herkende het vanuit mijn eigen ervaring. Elke jongen krijgt het weleens naar zijn hoofd geslingerd. Als je aan het voetballen bent en in een duel je voet terugtrekt, dan ben je een homo. Als je verdrietig bent en je emoties in het openbaar toont, dan vinden andere jongens je een homo. Als je benen over elkaar geslagen zijn, dan zit je als een homo. In dit geval wordt met ‘homo’ niet je seksuele geaardheid bedoeld. Maar al het gedrag dat niet mannelijk is.

Wanneer je als jongen iets doet dat niet als mannelijk gezien wordt, wordt je uitgemaakt voor ‘homo’. Mannelijk is al dat wat stoer, sterk, ruig en hard gevonden wordt. En doe je dingen die niet bij deze termen passen, dan ben je geen man en dus een ‘homo’. Jongens controleren elkaar constant. En proberen elkaar op te voeden. Ze wijzen elkaar er op als ze iets doen wat niet ‘mannelijk’ is. Op het moment dat je je niet mannelijk gedraagt, word je gecorrigeerd. En krijg je de term ‘homo’ naar je hoofd geslingerd. Het is net een soort politie. En net als dat je je netjes gaat gedragen als de politie kijkt. Zo probeer je je mannelijk te gedragen als andere jongens naar je kijken.

De term ‘homo’ wordt door veel jongens als beledeging ervaren. Mannelijkheid is een hiërarchie, waarin de één mannelijker is dan de ander. Door iemand een homo te noemen, zeg je dat hij lager in de hiërarchie is. Je bent minder dan ik. En dat voelt als een belediging.

Zo af en toe word ik nog voor homo uitgemaakt. Dat is eigenlijk alleen wanneer ik in een gezelschap van alleen maar mannen ben. Tegenwoordig ben ik meestal in gemixte gezelschappen. Dan wordt er minder politieagentje gespeeld.

Jitse Schuurmans

Jitse Schuurmans

Jitse Schuurmans is docent antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek gaat over seks, daten en intieme relaties bij jongvolwassenen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *