Is mannelijkheid door onze biologie bepaald?

Vaak denken wij bij mannelijkheid aan iets dat in je zit. Het is gevormd door de natuur, door onze genen, door hormonen en tegenwoordig ook door het brein. En deze natuurlijke mannelijkheid zien we terug in het gedrag; het wordt gelinkt aan onder andere kracht, dominantie, agressiviteit, vastberadenheid en rationaliteit. Vrouwelijkheid wordt verbonden met o.a. zorgzaamheid, empathie, betrokkenheid en emotionaliteit. Maar in hoeverre klopt dit? Is mannelijkheid, en daarmee ook vrouwelijkheid, echt een product van onze biologie?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen. Nee, dit klopt niet. Wat wij als mannelijkheid en vrouwelijkheid zien is aangeleerd gedrag. Dit is redelijk makkelijk te zien. Kijk om je heen en zie de grote verscheidenheid aan hoe mannen zich gedragen. Vaak wordt hier gewezen op de grote variatie in mannelijkheid in verschillende culturen. Dat klopt. Maar ook in onze eigen samenlevingen is er een enorme variatie in hoe mannen doen en denken. En dit geldt net zo goed voor vrouwen. En hiermee is het moeilijk vol te houden dat mannelijkheid en vrouwelijkheid in essentie gevormd worden door biologische verschillen tussen mannen en vrouwen.

Waarom is deze mythe dan toch zo hardnekkig? Een reden hiervoor zijn de vaak pseudowetenschappelijke claims die vooral door biomedische- en tegenwoordig ook neurowetenschappers gedaan worden. Enkele weken geleden werd ik uitgenodigd om te komen praten op een discussieavond over man-vrouwverschillen in de liefde. De avond werd ingeleid door een onderzoeker die vertelde over de verschillen in de hersenen van mannen en vrouwen. We kregen foto’s te zien van hersenactiviteit –MRI scans-. Op de ene foto waren duidelijk horizontale lijnen te zien. Op de andere foto overheerste verticale lijnen. ‘Verschillen tussen mannen en vrouwen zitten dus in ons brein’,  concludeerde de verteller. Niemand zei wat! Ik ook niet!

Maar achteraf dacht ik dat ik er toch wat van had moeten zeggen. Er zitten namelijk nogal wat dubieuze interpretatiestappen in het verhaal van de hersenwetenschapper. Feitelijk genomen is wat we zien een aantal foto’s met verschillende patronen van hersenactiviteit. Dat is de conclusie die we daar aan moeten verbinden. Maar verschillende patronen in hersenactiviteit betekenen nog niet dat mannen en vrouwen zich daarom anders gedragen. Dat is de conclusie die de onderzoeker er aan verbindt, en dat is niet wat uit de gegevens valt af te leiden. Waarom zei niemand hier wat van?

Ik denk dat dit vooral komt door het voetstuk waar de wetenschap in onze samenleving op staat. Wetenschappers hebben het monopolie op de waarheid. Als zij iets zeggen, dan is het waar. Maar in elke wetenschap zit een grote mate van interpretatie. Ook in de exacte vakken en dit betekent dat je je altijd moet afvragen hoe overtuigend het bewijs is dat gepresenteerd wordt. En in het geval van de hersenwetenschapper was dit bewijs flinterdun.

Dit denken over natuurlijke, door de biologie ingegeven, man-vrouwverschillen heeft echter gevolgen. Het betekent namelijk dat het onmogelijk zou zijn om bepaald gedrag te veranderen. Het zit immers in onze genen, hormonen, hersenen… vul maar in. Mannen zijn van nature nou eenmaal dominant en agressief, vrouwen volgzaam. En vanuit deze manier van denken komen al snel uitspraken als: mannen zijn geschikter als politiekleider; vrouwen zijn geschikter voor huishoudelijk werk; etc. Ik geloof niet dat wij een samenleving willen waar ongelijkheid als natuurlijk wordt voorgesteld. Voor mij is mannelijkheid en vrouwelijkheid cultureel ingegeven gedrag. En ook deze opvatting is een politieke keuze.

Jitse Schuurmans

Jitse Schuurmans

Jitse Schuurmans is docent antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek gaat over seks, daten en intieme relaties bij jongvolwassenen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *