Mijn haar is mijn verhaal

Ik heb recent mijn eigen haar geknipt. Met eerdere pogingen tot het knippen van een nieuwe coupe kwam ik niet verder dan een pony of het fatsoeneren van mijn lange gladde krullenmat. ‘How to cut a deva-cut’ typ ik in de zoekbalk van YouTube. Een vrouw met een licht bruine afro zegt: ‘Je moet je haar in stukken opdelen en droog knippen’. Na 1,5 uur ben ik eindelijk klaar. Ik laat Youtube automatisch doorspelen en ga van ‘hoe smeer je haarproducten goed in je haar’, naar ‘ik ga mijn zus haar haar knippen’, naar ‘een Afro-Amerikaanse barbershop die het haar van een klein meisje aan het tangen is’ filmpjes. Je hoort achtergrondgeluiden van de barbershop en het sissende geluid van een hete tang op broos haar. Het voelt krachtig mijn eigen haar in handen te hebben. Elk plukje gooi ik met verrukking op mijn roze handdoek op mijn bed. ‘Heb ik zelf gedaan’, hoor ik als een klein meisje haar stem in mijn hoofd. Ik loop naar de huiskamer, steek mijn hoofd net om het hoekje en laat twee vrienden schrikken. Oeps! ‘What’s up, Joy’? I cut my hair, does it look okay’? ‘Turn around’! ‘You have a mullet’. Twee van mijn huisgenoten knippen mijn mat bij en de coupe is echt klaar. Hallo, mini fro Joy! Ik ben best trots op het resultaat.

Afgelopen zomer was ik met een vriendin op het Marineterrein tijdens de Amsterdamse Waterspelen. Het was een zonnige dag, we hadden in het gras gelegen en hysterisch gedanst op surf-rock muziek. Later op de avond werden we voorgesteld aan een groepje vrienden. We liepen op de pier en we hoorden op een afstandje dat de groep vrienden geen muziek mocht draaien in een familiehuis op het terrein. Een jongen liep agressief rond met zijn speakers. ‘Dan maar op de pier zitten’.

Ik stelde me voor aan een jongen met een gigantische lachgastank in zijn handen. We raken aan de praat en hebben het al snel over uitgaan in Amsterdam, koetjes en kalfjes. Ik vraag waar hij zijn hoed vandaan heeft en zet hem op. Hij wist het niet meer. ‘Heb je City of God gezien’? vraagt hij. ‘Nee, heb ik niet gezien’. ‘Jij lijkt kapot veel op een actrice uit die film man’. ‘Ik ga het eens bekijken, hoe heet ze’? ‘Jullie hebben ook hetzelfde haar’. Voor ik het weet wil hij naar mijn haar grijpen. ‘Don’t touch my hair!’, zeg ik zingend. ‘Hoezo? Maar we hebben toch hetzelfde haar, ik weet hoe ik ermee om moet gaan’ zegt hij plagend. ‘Maar je moet wel toestemming krijgen om het aan te mogen raken’! Zijn toon verandert van plagend naar geïrriteerd. ‘Ow, ik wist niet dat je haar zo duur was. Exquisite hoor!’ ‘Ik zeg niet dat mijn haar duur is, maar mijn haar is van mij’ zeg ik, waarop hij antwoord: ‘Zie je die hoed daar? Als ik geen toestemming heb gegeven om die aan te raken, raak je die ook niet aan, goed?’

In slaap vallend word ik de hele tijd wakker gehouden door de kapster. Ik ben 7 jaar oud en krijg vlechtjes, donkerbruine met lichtbruine extentions worden toegevoegd aan mijn braids. Ik moet rechtop zitten en mijn hoofd stilhouden. Mijn haar wordt strak aangetrokken. Als ik me goed concentreer voel ik mijn hoofdhuid optrekken als toen, net als de warme vochtige handdoek die het trekken verzachtte. De trots en de vrijheid van het schudden van lange haren voel ik ook net zo sterk.

Na een jaar met kniepijn en rugpijn te hebben rondgelopen heb ik eindelijk een afspraak gemaakt bij de fysiotherapeut. Ik weet het, waarom zo laat? Toevallig zit er een praktijk bij mij in de straat en ik maak een afspraak. Een paar dagen later bel ik aan bij de praktijk en loop naar binnen. Het interieur is zwart met oranje en er ligt een Men’s Health tijdschrift op tafel. Ik had mij helemaal niet voorbereid op dat er allemaal sportieve mannen zouden werken. Ik keek naar beneden naar mijn felrode corduroy broekrok en zwarte glimmende loafers. Ik voel me hier niet thuis.

Naast mijn outfit denk ik ook aan mijn benen. Mijn ongeschoren benen. Wat zal de fysiotherapeut daarvan vinden? Gaat hij dat vies vinden? Waarom zou hij? Hij raakt de hele dag toch ook harige mannenbenen aan. Wat is dan het probleem? Voordat ik de behandelkamer in loop krijg ik al een halve paniekaanval. Tijdens het gesprek word ik steeds rustiger. Ik heb pijn aan mijn lichaam en deze man wil mij helpen deze te verlichten. Dat is geweldig! Ik merk op dat ik sportief associeer met mannelijkheid. Daarbij plaats ik mijn beenhaar in de categorie: onacceptabel voor het zicht van mannelijke fysiotherapeuten. Daarnaast voel ik mij ongemakkelijk over mijn kledingstijl in de sportieve setting van de fysiotherapiepraktijk.

Ik verstrengel mezelf in een idee van wat mannelijkheid en vrouwelijkheid behoort te zijn. Ik vul de gedachten in van de fysiotherapeuten en praat mezelf onzekerheid aan. Best ongezond eigenlijk. Juist door naar deze “sportieve” fysiotherapiepraktijk te gaan ben ik erachter gekomen dat ik sterker ben dan ik dacht. Ik ben mij in die ruimte meer op mijn gemak gaan voelen, met been-en okselhaar. Bewust een keuze maken over mijn haar voelt als een bevrijding. Soms voel ik die vrijheid niet. Dan voel ik de benauwing van hokjes, verwachtingen en schoonheidsidealen. Die benauwdheid is mij opgelegd, heeft zich in mij genesteld en is een eigen leven gaan leiden. Momenten waarbij ik benauwdheid inruil voor ruimte, voelen als overwinningen.

Haar is beladen. Haar is privé. Haar is publiek. Haar is een last. Haar is een zegen. Haar is cultuur. Haar is gendered. Haar is krachtig. Haar is een dialoog. Haar is een reis. Haar is om te delen. Haar is om mee te spelen. Haar is politiek. Haar is moraal. Maar bovenal is mijn haar mijn verhaal.

Joy

Joy