Dolezal en de ‘zwarte’ identiteit  

Begin juni hoorden we over Rachel Dolezal. Dolezal, de voorzitter van het National Association for the Advancement of Colored People – een organisatie opricht in 1909 om Afro-Amerikaanse mensen samen te brengen in de strijd tegen racisme in de V.S – identificeerde haarzelf al jaren als een zwarte vrouw maar stil bleef toen ze op camera werd gevraagd of ze Afro-Amerikaans is. Omdat ze, zoals haar ouders vertelde, eigenlijk van Duitse en Tsjechische afkomst is.

Om zich voor te doen als Afro-Amerikaanse vrouw maakte ze haar huid donker en droeg ze haar haar in verschillende traditionele Afro-Amerikaanse kapsels. Het is makkelijk om te zeggen dat dit niet oké is omdat ze over haar etniciteit – haar afkomst, haar erfgoed –  heeft gelogen tegen haar collega’s. Notabene mensen die werken voor een organisatie die zich richt op ras en racisme.  Er is hier zo duidelijk sprake van een conflict dat het haast klinkt als een verhaal uit een film of een boek. Maar wat als Dolezal geen leiderschapspositie binnen de zwarte gemeenschap van Spokane, Washington had ingenomen? Is het sowieso verkeerd om jezelf als een andere ras te presenteren?

Nu kan ik een van mijn favoriete Nederlandse uitspraken gebruiken: dit is een flinke puzzel. Eén waar ik al maanden over nadenk. Ook al heeft Dolezal niet dezelfde intenties als bijvoorbeeld mensen die aan ‘blackface’ doen – jezelf als zwarte te presenteren om zwarte mensen uit te lachen en lelijke stereotypen van hen te creëren – zegt mijn onderbuik gevoel dat haar gedrag toch problematisch is.

Maar waarom ik haar gedrag problematisch vind, vind ik moeilijk te bepalen. Onlangs heeft Dolezal ook verklaart dat ze zich niet identificeert als Afro-Amerikaans, maar als zwart. Het verschil is dat het eerste een etniciteit is en het tweede een ras. Etniciteit heeft te maken met je afkomst, soms met bepaalde landen; Afro-Amerikaanse mensen, bijvoorbeeld, stammen af van mensen uit verschillende landen in Afrika. Zwart en Afro-Amerikaans is dus niet hetzelfde; je kan ook zwart en van Jamaicaanse afkomt zijn.

Wat betekent het precies om ‘zwart’ te zijn? Heeft het dan alleen met huidskleur te maken en de ervaring om daardoor als ‘anders’ te worden gezien en behandeld? Volgens Dr. Yaba Blay’s project, (1)NE DROP in samenwerking met fotograaf Noelle Théard, draait zwarte identiteit niet alleen over donker zijn; mensen met verschillende huidskleuren identificeren zichzelf als zwart om heel verschillende redenen: zoals hier in het (1)ne drop filmfragment. Maar wat maakt iemand dan zwart als mensen zo veel verschillende ervaringen en definities kunnen hebben van zwart zijn?

Op een bepaald moment in deze video wordt ‘zwart’ beschreven als een verbintenis met het Afrikaanse diaspora. Dat lijkt logisch: dat je jezelf kan identificeren als zwart als je die geschiedenis deelt. Maar toch: als iemand een heel klein beetje Afrikaanse afkomst heeft, maar er wit uit ziet en ook zo wordt behandeld,  klopt het dan dat die persoon zich als zwart kan identificeren? Heeft discriminatie, of tenminste hoe je word gezien en behandeld, hier dan niets mee te maken?

Ik denk hier al sinds juni over na, en elke keer als ik denk dat ik een antwoord heb gevonden, kom ik een nieuwe tegenstrijdigheid of uitzondering tegen. Het enige dat ik met zekerheid kan zeggen is dat het blijkbaar belangrijk is voor mij – en met mij voor vele anderen – om een grens te stellen aan zwarte identiteit. Ik vind geen rust in het idee dat raciale identiteit, net zoals seksualiteit of gender identiteit, gewoon flexibel is. Ik wil een duidelijk antwoord vinden voor de vraag: wie zwart is en wie niet. Waarom?

Omdat als iedereen kan zeggen dat ze zwart zijn, dan verliezen we – in de context van de VS, in dit geval – een bepaalde geschiedenis van die identiteit, terwijl de gevolgen van die geschiedenis van invloed blijven. De zwarte identiteit in de VS is gevormd door de slavernij en het is door de tijd aangepast om de hiërarchie van ras vol te houden (the ‘one-drop rule’ is hiervan een belangrijk voorbeeld). Dus een blanke vrouw die voor de zwarte identiteit ‘kiest’ is eigenlijk een voorbeeld van deze machtsrelatie; zwarte mensen hebben nooit hun identiteit kunnen kiezen, het is hen opgelegd.

Inderdaad, wie heeft de mogelijkheid om ‘trans-raciaal’ te zijn? Als een zwart persoon – en hier komen we terug bij de zichtbare eigenschappen van ras – wordt aangehouden door de politie, kan deze niet zeggen ‘goh, ik ben eigenlijk blank, geen probleem hier’? Zo werkt het niet voor minderheden. Omdat blank wordt gezien als ‘neutraal’ of als ‘niks,’ zouden alleen blanke mensen de flexibiliteit en de mogelijkheid hebben om ‘trans-raciaal’ te zijn, terwijl mensen die duidelijk iets ‘anders’ zijn daar weinig aan kunnen doen.

Natuurlijk kan iedereen in een bepaalde mate zijn eigen identiteit bepalen. Ik identificeer mezelf nu vaker als zwart dan toen ik een tiener was, bijvoorbeeld. Maar daar zijn grenzen aan; Obama zou zichzelf als bi-raciaal kunnen identificeren, maar dat zou niet per se een verschil maken in hoe andere mensen hem zien of behandelen. Hij vertelde zelf dat hij nog moeite heeft met het krijgen van een taxi. Maar Dolezal had precies die controle over haar identiteit die mensen van minderheden niet hebben. Ras is iets dat wordt opgedwongen aan raciale minderheden maar ook iets dat blanke mensen kunnen overstijgen. Dus of het ‘verkeerd’ was of niet van Dolezal om die macht te gebruiken, het toont wel aan wie de controle heeft en wie niet. Het voelt voor mij oneerlijk dat Dolezal deze macht gebruikte want het vereeuwigt juist het probleem.

Veel mensen hebben erop gewezen dat Dolezal de zwarte bevolking in de maatschappij wilde helpen. Ze wilde namelijk iets goeds doen – en ze heeft inderdaad veel gedaan voor het antiracisme – en dat we dit haar daarom niet kwalijk kunnen nemen. Maar ze had kunnen helpen zonder een identiteit aan te nemen die niet van haar was. Ze heeft verschillende banen – zoals lesgeven over de strijd van zwarte vrouwen – en leidinggevende rollen aangenomen die anders door zwarte vrouwen waren vervuld. Ik denk dat weinig mensen kunnen zeggen dat dit is wat de zwarte maatschappij nodig had.

Grenzen stellen aan identiteit voelt voor mij tegennatuurlijk. Identiteit is voor mij juist iets dat niet vaststaat, iets dat in beweging is. Ik merk echter dat ik, om uit te leggen wat ik problematisch vind aan de keuze van Dolezal, met essentialistische argumenten kom over wat zwart zijn is. Maar ook al zou ik liever geen grenzen stellen aan identiteit, vind ik dat onderdrukte groepen in elk geval het recht hebben om zelf te bepalen wat de grenzen van hun identiteit zijn. Dat zij het recht hebben om tegen de meerderheid te zeggen; nee, je mag dit niet claimen. Dit is van ons – for better or for worse.

Sophia Seawell

Sophia Seawell

Sophia schrijft over identiteit, gender en seksualiteit. Als Afro-Amerikaanse vrouw geeft zij etniciteit en andere identiteiten net zo veel gewicht als gender binnen het feminisme. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *