Sekswerk in Zweden: een kritische noot bij de wetgeving

Een jaar geleden verhuisde ik naar de Zweedse hoofdstad Stockholm om mijn studie antropologie voort te zetten. Ik had in de jaren daarvoor een interesse ontwikkeld voor alles wat met gender, seksualiteit, consent, en postkolonialisme te maken had; via die weg kwam ik dan ook terecht bij stichting Sexmatters. Zweden stond bij mij bekend als een links-progressief en feministisch land. Hoewel het feminisme inmiddels ook in Nederland steeds populairder begint te worden, was het in Zweden allang geen scheldwoord meer. Al mijn medestudenten noemden zichzelf feminist en in groepsdiscussies werd het dat perspectief continu vertegenwoordigd. Ik had het idee dat ik mijn gedachtegoed nauwelijks meer hoefde te verdedigen, totdat ik in een debat verwikkeld raakte over sekswerk.

Zweden heeft een interessante wetgeving rondom sekswerk, het is namelijk strafbaar om ‘seks te kopen’ maar niet om het te verkopen. Het idee hierachter is dat sekswerkers in bescherming worden genomen. Ze kunnen dan melding maken van misbruik en ongevallen zonder bang te zijn vervolgd te worden voor hun werkzaamheden.

Mijn eerste indruk van deze wet was dat het sekswerkers misschien juist naar onveiligere plekken drijft waar er minder kans is dat hun klanten worden opgepakt. Onlangs is er ook een onderzoek van Proud, een belangenvereniging van sekswerkers, verschenen waaruit bleek dat bijna alle sekswerkers in Nederland weleens te maken krijgen met fysiek of verbaal geweld. Zij pleiten aan de hand van dit onderzoek voor een decriminalisering van sekswerk, omdat sekswerkers dan meer toegang hebben tot arbeidsrechten en justitiële bescherming. In die zin komt hun verzoek overeen met de rechten die sekswerkers in Zweden nu ook hebben, ware het niet dat justitiële bescherming ingewikkelder is dan dat het lijkt.

Sekswerkers worden vaak niet serieus genomen. Uit interviews met verschillende sekswerkers blijkt dat de politie niet altijd met begrip reageert op aangiften van geweld of misbruik. Er wordt dan bijvoorbeeld gevraagd of er wel sprake is van verkrachting, omdat een sekswerker seks verkoopt. Het idee dat verkrachting dan onmogelijk is zegt heel veel over breed gedragen aannames over sekswerk, die de politie dus ook in stand houdt. Als een sekswerker een overeenkomst treft met een klant wordt er afgesproken welke seksuele handelingen er verricht zullen worden tegen welke prijs. Als die klant vervolgens tot een andere handeling aandringt is er sprake van seksueel misbruik. Er gelden natuurlijk dezelfde regels met betrekking tot consent voor sekswerkers als voor ieder ander die seksueel actief is, en het feit dat dit wordt besproken alsof het twee verschillende situaties zijn legt wat mij betreft een gebrek aan respect en begrip bloot.

Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de manier waarop etniciteit, klasse en huidskleur vaak van invloed is op de mate waarin en de manier waarop mensen te maken krijgen met de politie. Er is veel onderzoek gedaan naar politie- en staatsgeweld tegen mensen met een niet-Westerse etnische achtergrond en hieruit is keer op keer gebleken dat er vaker gewelddadig met hen wordt omgegaan dan met witte ‘Nederlanders’. De vraag is dus voor welke sekswerkers het veilig blijft om contact op te nemen met de politie, en voor welke sekswerkers niet.

Het pleiten voor het inzetten van politie en gevangenschap om sekswerkers te beschermen krijgt door deze lens een beetje een nare bijsmaak. Misbruik en geweld op welke werkvloer dan ook is beter te voorkomen dan te genezen, maar de vraag is in welke vorm de politie en gevangenschap bij kan dragen aan het genezen van het structurele probleem dat seksueel geweld is. Er zou meer bewustzijn moeten komen over sekswerk, maar ook over racisme en etnisch profileren bij de politie, als eerste stap in de goede richting.

De aannames die ten grondslag liggen aan het niet serieus nemen van sekswerkers zijn (helaas) talrijk. Een van de belangrijke ideeën gaat over het onderscheid dat gemaakt wordt tussen sekswerk en andere fysieke arbeid, waarbij sekswerk vaak besproken wordt als een beroep waar veel mensen niet vrijwillig voor kiezen. Nu is dus wel gebleken dat er meer geweld plaatsvindt dan op de gemiddelde werkvloer, maar dat geweld wordt ook in stand gehouden door een gebrek aan maatschappelijke acceptatie en begrip. Als sekswerkers zich onbegrepen voelen door juist de mensen die ze in bescherming zouden moeten nemen, krijgen de geweldplegers alleen maar bevestiging van hun wangedrag. Zonder dit geweld kan sekswerk namelijk juist gaan over bevrijding en ‘jezelf zijn’; als een manier waarop mensen zelf bepalen over hun lichaam en wat ze hiermee doen.

In de Zweedse wetgeving wordt er wat mij betreft te weinig naar sekswerkers en hun ervaringen gekeken. Ik denk dat het belangrijk is om te erkennen dat er veel sprake is van geweld tegen sekswerkers, zonder in te spelen op het idee dat het inherent onderdrukkend en exploiterend werk is. Het geweld ligt niet aan de sekswerkers, maar aan de geweldplegers. Het geweld is niet inherent in het sekswerk ingebed, maar komt er helaas vaak bij kijken omdat het een te weinig beschermde arbeidsgroep is. Het is hoog tijd voor verandering.

Sexmatters

Maakt gender en seksuele diversiteit bespreekbaar onder jongeren. Positief & taboedoorbrekend. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *